Waarom niveautoetsen?

Bovenwijs ziet een groot aantal redenen voor goede en veeleisende centrale niveautoetsen. Die zouden door alle leerlingen en studenten afgelegd moeten worden aan het ende van elke cyclus (lager, secundair, maar ook hoger).  We willen voorts waarborgen dat ouders, overheid en werkgevers toegang krijgen tot die resultaten. Mede daarom werken we aan eigen niveautoetsen.

Strategische doelstellingen

  1. De kwaliteit van al onze scholingen terug op peil krijgen.
  2. Ondermaatse scholen en studierichtingen opsporen.
  3. Verbetering van studieadvies en beroepsoriëntatie. Beide lijden nu onder de beperkingen van de eigen kennis van de leerkrachten (hoe goed deze ook zijn).
  4. Significant verlagen van achterstelling en discriminatie.

Aanvullende doelstellingen

  1. Betere aansluiting de aansluiting van onderwijs op de professionele ontplooiing en de arbeidsmarkt.
  2. Nagaan in welke mate schoolteams en leerkrachten bijdragen tot wetenschappelijke denken en de verspreiding van democratische principes.
  3. Elke individuele betrokkene moet kunnen weten hoe sterk hij of zij staat ten opzichte van de relevante doelstellingen. Ook ouders, studenten en werkgevers moeten dus toegang krijgen tot de resultaten.
  4. Elke bevoegde overheid, elke inrichtende macht en elk koepel hoort te weten hoe sterk ‘haar’ scholen staan.
  5. Bijdragen tot het opsporen van subjectieve en onprofessionele scheeftrekkingen in de scholing en evaluatie van bepaalde specifieke groepen (meisjes versus jongens, jongeren met migratie-herkomst, …). Kortom, steun aan het bestrijden van xenofobie, racisme genderbias en dergelijke t.a.v. leerlingen, leerkrachten, medeleerlingen, … .
  6. Bescherming van lesgevers en schoolteams tegen malafide kritiek (van ouders en jongeren), juridisering en nivellerende druk.
  7. Bijdragen tot remediëringsprogramma’s voor scholen, studierichtingen en individuele studenten en scholieren die ondermaats scoren.
  8. Bijdragen tot betere inschatting en erkenning van elders verworven competenties en diploma’s.
  9. Aangepaste instrumenten voor de beoordeling van de opleiding van leerkrachten.
  10. Opsporen van zwakten in de actuele kennis van reeds actieve lesgevers.
  11. Correcte financiering van de scholen door verrekening van de kwaliteit van het geboden onderwijs (op basis aantal geslaagden op centrale toetsen) – en niet enkel het aantal studenten.