(pagina in opbouw)

Bovenwijs niveautests Nederlands en wiskunde voor 2LO

Inleiding

Deze niveautests evalueren of een leerling aan het einde van het 2de jaar van het lager onderwijs (LO) de essentiële kennis verworven heeft die op dat moment verwacht mag worden voor Nederlands en wiskunde. Gebruik aan het begin van het derde leerjaar is eveneens ondersteund.

Deze tests zijn methode-onafhankelijke gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde tests (‘GGG-tests’). Ze passen in een bredere visie op kwaliteitszorg. Die vindt u hier.

De testbatterij voor 2LO omvat zes subtests voor Nederlands en zeven voor wiskunde. We beogen een goede vergelijkbaarheid van de resultaten van deze tests met de nieuwe Vlaamse tests die vanaf 2023-2024 ter beschikking zullen komen. Dat zal toelaten om de vooruitgang van een kind op te volgen gedurende de scholing.

Deze testbatterij kadert in ons streven naar een veel beter onderwijs. Daarbij willen we zowel de leervooruitgang van jongeren kunnen evalueren, als de relatieve prestaties van de scholen. In hoeverre bieden zij een onderwijs aan dat voldoet aan de normen? En hoe moeten die normen evolueren?

Bij die normen evalueren deze tests ten opzichte van de eindtermen. De eindtermen zijn officieel de ‘gewenste minimale output’. Wat moet men kennen en kunnen op het einde van een bepaalde cyclus? Bovenwijs werkt ook aan een tweede norm, namelijk een ‘gewenste optimale output’. Dat noemen we de Bovenwijsnorm. Na elke test krijgt men dan beoordelingen ten opzichte van beide normen, met resultaten per test en subtest.

Vanaf sept. 2022 bieden we de eerste uitgave van de testbatterij aan. We werkten twee jaar aan de ontwikkeling ervan. We willen de scholen helpen deze beter te valoriseren. Daarbij onderzoeken we ook hoe het zit met het leerpotentieel van jongeren. Daartoe zullen we soms extra informatie vragen. Die dient de verbetering van deze tests.

Waarom deze tests?

In de algemene bespreking van centrale niveautests van Bovenwijs gaan we uitgebreid in op de maatschappelijke noodzaak van deze tests voor 2LO. Kort samengevat:

  1. We zien talrijke consistente aanwijzingen (zoals de Pisa-scores) voor een reële verzwakking van de kwaliteit van ons onderwijs. Daarom is een fors herstel van die kwaliteit nodig. Goede niveautests lijken daarbij onontbeerlijk.
  2. Anno 2022 wordt onderwijs overvraagd. Het krijgt maatschappelijke problemen toegeschoven zoals het bevorderen van gelijkheid en sociale mix. Het gevolg is dat Nederlands en wiskunde –nochtans essentiële kernvakken – te weinig aandacht krijgen en achteruitgaan. Deze tests dragen bij tot herstel van de nodige focus op die twee hoofdvakken.
  3. Niet iedereen lijkt de ernst van de problemen te onderkennen, dat in tegenstelling tot talrijke scholen. Met deze tests willen we de uitdaging beter in beeld krijgen.
  4. Bestaande tests ontbreekt de ambitie om ons onderwijs terug aan de top te krijgen.
  5. Het plan van de Vlaamse regering voor de Vlaamse tests voorziet niets voor 2LO. Veel leerkrachten en directies vragen echter een goed meetinstrument zodat zij sneller weten waar ze staan.

In die algemene bespreking leggen we ook waarom centrale niveautests bruikbaar zijn, en nodig om de kwaliteit van ons onderwijs terug op peil te krijgen.

Het testpakket

Deze niveautest is een testbatterij met zes subtests voor Nederlands en zeven voor wiskunde, en met twee vormen per subtest. Deze twee vormen zijn van dezelfde moeilijkheidsgraad. Deze testbatterij is voorts beschikbaar in twee varianten, een versie op papier (pdf-bestanden) en een versie voor elektronische afname. De meeste subtests staan, in de versie op papier, op één bladzijde.

We bieden deze tests aan tegen een vaste prijs per school en een kleine kost per testsubject (abonnement voor één schooljaar). Dat vormt dan een jaarabonnement. Verlenging daarvan gebeurt door betaling aan het begin van het volgende schooljaar.

Daarbij kunnen de test afgenomen worden gedurende drie momenten tijdens hetzelfde schooljaar: twee aan het begin (voor 3de-jaars) en één aan het einde (voor 2de-jaars). Het aantal testsubjecten is dan het maximum van de aantallen in het 2de en het 3de. U betaalt dus maar één keer voor beide jaargroepen. De rapporten met resultaten verschillen wel al naargelang de periode.

Het gebruik vereist respect voor (evidente) didactische voorwaarden. Die staan uitgebreid in de gebruikershandleiding. De belangrijkste:

De school verbindt er zich toe de testbatterij strikt volgens onze richtlijnen af te nemen. Dat is noodzakelijk voor de nauwkeurigheid en de vergelijkbaarheid van de resultaten tussen scholen en klassen en voor correcte rapportering. Aanpassingen zijn niet toegelaten.

Het testpakket omvat de volgende documenten:

  • alle tests in .pdf-formaat,
  • een gebruikershandleiding, met inbegrip van de verbetersleutels
  • een methodologische toelichting,
  • een blanco klasformulier voor gegevens over de leerlingen;
  • een protocolblad per geteste sessie (met een groep subtests) ,
  • een korte presentatie met uitleg voor de leerlingen (PPT met 2 slides en titelslide),
  • een checklist voor het opsturen van de ingevulde testbladen.

Ook inbegrepen zijn het recht om de tests te reproduceren voor het opgegeven aantal leerlingen en toegang tot een beveiligde online omgeving voor ingave van gegevens van de school, de klas(sen) en de leerlingen, en voor ingave van de resultaten van de verbeterde kopies (voor diegene die dat zelf doet) en automatische aanmaak van de rapporten per leerling, per klas en per school.

Hoe deze tests afnemen

Gebruikershandleiding

Alle praktische instructies en toelichting zijn beschreven in de Gebruikershandleiding. Die vindt u hier.

Keuze voor Nederlands en wiskunde

Het blijven eeuwige vragen welke vakken en competentie men zou moeten testen met centrale GGG-tests. Wij beperken ons tot Nederlands en wiskunde omdat deze twee cruciaal zijn voor alle verdere scholing en omdat net daarin grote tekorten werden vastgesteld.

De resultaten van deze tests geven dus géén volledige beeld van de kwaliteit van de scholing. Overigens, ook voor deze twee vakken dekken deze tests niet alle (deel)competenties, denk aan de mondelinge taalbeheersing. Ze geven wel een relevant en zinvol beeld van enkele van de belangrijkste doelstellingen van goed onderwijs op die leeftijd.

Wanneer tests afnemen

De tests die Bovenwijs ontwikkeld zijn vooral gericht op het einde van één specifieke cyclus in het onderwijs, namelijk einde 2de leerjaar lager onderwijs (2LO) en begin van het 3de. Om zo nauwkeurig mogelijke resultaten te bereiken, moet deze test afgenomen worden binnen de opgegeven periodes (afnamerondes).

Nr.JaarPeriodeStart periode (telkens vrijdag)Einde; naar ons ten laatste op:Rapporten beschikbaar
13deBegin schooljaar1 sept. ‘229 sept. ‘22Na 2 weken (1)
23deNa herhaling leerstof 2de3 okt. ‘2228 okt. ‘2214 Nov. ‘22
32deNa afronding nieuwe leerstof3 juni ‘2317 juni ‘23 (2)Na 2 weken (1)

Tabel 1: Ondersteunde afnamerondes (campagnes) (bron: gebruikershandleiding)

De rondes 1 en 2 (begin 3de) geven de leerkracht een goed inzicht in de relatieve sterkten en zwakten van de leerlingen aan het begin dat derde leerjaar. Dat helpt bij de keuze van de onderdelen van Nederlands en wiskunde die de meeste aandacht zullen vragen.

Methodologische verantwoording

Een Methodologische Toelichting bespreekt in detail de wijze waarop de tests zijn ontworpen, de criteria die we hanteerden bij de keuze van de soorten test-items en het uitwerken ervan, en nog veel meer.

Aanvullende informatie – Vragen en antwoorden

Moet de hele klas een test afnemen?

JA!

De enige zinvolle afname – om er correcte besluiten uit te kunnen trekken voor de kwaliteitszorg in de school en voor de scholing van de leerlingen – vereist dat u de test afneemt bij alle leerlingen in éénzelfde klas en, als er meerdere klassen zijn voor hetzelfde leerjaar, alle klassen van dat jaar.

De enige, mogelijke uitzondering zijn bepaalde leerlingen met zekere zware zorgnoden en een aangepaste individuele begeleiding door een zorgnetwerk of andere. Bij enkel bepaalde fysieke beperkingen is afname wel aangewezen.

Uitsluiting van zwakke leerlingen komt neer op een deontologische fout, een overtreding van het wettelijk verankerde gelijkheidsbeginsel én een vervalsing van de afname van de test. Het geeft dan namelijk een vals beeld van de kwaliteit van de scholing die een school biedt.

Indien een leerling afwezig is op de dag van afname van de test, kan men deze inschrijven op andere testafnames die we op, termijn, willen organiseren. Op die manier behoudt de leerling en zijn ouders deze mogelijkheid om te weten in hoeverre de effectief genoten scholing voldoet aan de vereisten.

Terzijde, het is gekend dat sommige scholen hun zwakkere leerlingen al eens niet laten deelnemen. Zwakke resultaten kunnen die leerlingen demotiveren. Die redenen overtuigen niet. Leerlingen moeten namelijk ook leren omgaan met slecht nieuws. Dat is essentieel in elke goede vorming. Verder vertekent niet-deelname van zwakke leerlingen het globale beeld van de sterkten en zwakten van die klassen én de ontwikkeling van optimale tests. Mede daarom is het cruciaal dat alle leerlingen van éénzelfde klas deelnemen en, uiteraard, dat de test correct wordt afgenomen!

Mogen bepaalde vragen of subtests voorgelezen worden?

Neen.

Alle subtests zijn zo ontwikkeld dat de leerlingen de vragen vlot moeten kunnen begrijpen door de opgaven te lezen. Wanneer men ze dan zou voorlezen, bestaat het risico dat men, via de intonatie of extra uitleg, informatie geeft over welk antwoord het juiste is. Dat moet absoluut vermeden worden. Dit is een doordachte methodologische keuze.

Wat wel voorgelezen moet worden is de algemene uitleg bij elke subtest, inclusief de voorbeeldvraag.

Zijn er soms vragen die de leerkracht mag laten overslagen?

Neen.

Elke subtest moet volledig afgenomen worden. Dat geldt ook voor de moeilijkste vragen. Als een leerling het antwoord echt niet weet, dan pas mag hij één particuliere vraag wel overslagen.

Hoe ouders correct informeren?

De wet (in casu de Algemene Verordening Gegevensbescherming, ‘AVG’) bepaalt dat ouders/voogden het recht hebben om hun kind niet te laten deelnemen aan de tests. Leerlingen van 18 jaar of ouder mogen zelf aangeven of ze wensen deel te nemen.

Daarom moet u als school kunnen garanderen dat u deze toestemming hebt verkregen voor alle leerlingen die u deze test wilt laten afnemen. U kan dat met een éénmalige toestemming aan het begin van het schooljaar, bij de eerste inschrijving in uw school of met een aparte brief.

Welke tests afnemen?

Als school hebt u de keuze om beide tests (Nederlands en wiskunde) af te nemen, of slechts één van deze. Het is daarbij hoogst aangewezen om elke test volledig af te nemen (d.w.z. alle subtests en telkens beide vormen, A en B). Dat geldt ook als u kiest voor afname op meerdere momenten en voor de afname voor didactisch gebruik bij het begin van het derde leerjaar.

Sowieso moet elke subtest van de testbatterij in zijn volledigheid afgenomen worden.

Benadelen deze tests de andere vakken niet?

Deze eerste niveautests die Bovenwijs publiceert dekken enkel Nederlands en wiskunde. Zal dat er niet toe leiden dat bepaalde scholen de andere vakken zouden verwaarlozen? Theoretisch is dit een risico. Maar bij nader toezien lijkt ons dat geen probleem om de volgende redenen:

  • Ten gronde is het net wenselijk dat er meer aandacht en tijd gaat naar onderricht Nederlands en wiskunde. Dat is nu immers zodanig verzwakt dat het ook het onderricht in alle andere vakken verzwakt. Wij zijn ervan overtuigd dat significant meer tijd voor vooral Nederlands op langere termijn zal leiden tot betere resultaten voor andere vakken, ook wanneer men daar dan een beetje minder tijd aan zou besteden – gerekend over de volledige scholing.
  • In onze visie op kwaliteit worden deze tests op termijn aangevuld met (sub)tests op andere vakken en andere competenties.

Scholen die het onderricht in andere vakken zouden verwaarlozen ten voordele van Nederlands en wiskunde graven dan een put waarin ze overmorgen kunnen vallen.

Andere vragen

In de algemene bespreking van niveautests vindt u nog extra informatie over de volgende vragen:

  • Wat is het verschil tussen een ‘test’ en een ‘toets’.
  • Wat is de rol van de testafnemer?
  • Waarom krijgen ook de ouders resultaten van deze tests?
  • Welke tests worden afgenomen ‘met potlood en papier’ en welke digitaal?
  • Hoe kunnen scholen leerwinst meten?
  • Hoe passen tests in kwaliteitszorg in onderwijs?
  • Helpen deze tests iedereen even goed?
  • Versmallen deze tests kwaliteit niet tot goede testresultaten?
  • Waarom schiet het referentiekader voor onderwijskwaliteit tekort?
  • Gaat testtijd niet ten koste gaan van onderwijstijd?
  • Wat met eventuele rankings van scholen?
  • Zullen centrale tests niet bijdragen tot segregatie?
  • Laten centrale tests voldoende autonomie aan de scholen?
  • Wat met ‘teaching to the test’ en ‘teaching to the rating’?
  • Welk evenwicht tussen vertrouwen/autonomie en controle?

 

Voor extra vragen van pedagogische en methodologische aard, zie Leon Volders, lvolders@telenet.be. Voor andere vragen, zie Rudi Dierick, rudi.dierick@gmail.com of 0456 327 678.